Rod Stewart – Blood Red Roses

 

Op vrijdag 28 september jl. bracht Rod Stewart zijn dertigste studio album uit.

Dit Album draagt de Titel, ‘Blood Red Roses’. Op het album presenteert het veelzijdige Britse pop/rock icoon zich opnieuw als gelauwerde songwriter. Op ‘Blood Red Roses’ vloeien zijn scherpe observatievermogen, gevoel voor introspectie en speelse charme opnieuw samen tot Stewarts kenmerkende sound. Een unieke combinatie die Rod Stewart al geruime tijd tot een van de best verkopende artiesten ooit maakt.

Rod StewartVan het dertien tracks tellende album ‘Blood Red Roses’ is Stewarts nieuwste single ‘Didn’t I’ afkomstig, over de gevolgen van drugsgebruik en geschreven vanuit het perspectief van ouders. Het album bevat naast tien oorspronkelijke tracks ook nog drie covers. ‘Blood Red Roses’ volgt drie jaar na het succesvolle ‘Another Country’ uit 2015 en is een vrij persoonlijke collectie geworden. “I always think I make albums for a few friends and this record has that intimacy,” aldus Rod Stewart. “Sincerity and honesty go a long way in life and the same is true in song-writing.”

‘Blood Red Roses’ volgt ook vijftig jaar nadat Stewart zijn allereerste contract als soloartiest tekende. Het album is mede geproduceerd door Kevin Savigar, met wie Stewart al langere tijd samenwerkt en neemt luisteraars moeiteloos mee van akoestische folk, langs Motown-achtige pop en R&B naar stevige rock ‘n roll en gevoelige ballads.

 

Biografie:

Rod Stewart

 

Zanger met een stem als schuurpapier en een hart van goud. Rod Stewart wordt in Londen geboren als telg van een Schotse familie. Hij is een talentvol voetballer en schopt het zelfs tot een testwedstrijd voor de profclub Brentford FC, maar verkiest uiteindelijk toch de muziek. Hij treedt voor het eerst professioneel op in de groep Jimmy Powell & The Five Dimensions. Stewart is dan ongeveer negentien, speelt eerst mondharmonika en begint later ook te zingen. Vóór die tijd zwerft Rod twee jaar door Europa (over deze omzwervingen zal Stewart later in het nummer Every Picture Tells A Story op fraaie wijze vertellen). Tijdens zijn periode bij Jimmy Powell mag Rod voor Decca zijn eerste plaatje maken: Good Morning Little Schoolgirl, waarop John Paul Jones (later Led Zeppelin) bas speelt.

Hoewel Stewart op die eerste single al wel gebruik maakt van zijn latere frasering zal hij pas naderhand zijn unieke, sterk door Sam Cooke beïnvloede, ‘schuurpapieren’ stemgeluid ontwikkelen. Na de samenwerking met Jimmy Powell komt Stewart in ’64 bij de r&b-band The Hoochie Coochie Men terecht, waar hij samen met Long John Baldry (zie BLUES) de zang verzorgt. Enkele maanden nadat Baldry The Hoochie Coochie Men heeft ontbonden, wordt Stewart door diezelfde Baldry gevraagd voor het project dat hij met Brian Auger heeft opgezet, Steampacket, een soort r&b-revue waarin ook Julie Driscoll zingt. Als Steampacket wegens gebrek aan succes uit elkaar gaat, sluit Stewart zich mei ’66 aan bij de formatie Shotgun Express, waarin onder meer Peter Green, Mick Fleetwood en Peter Bardens spelen. Stewart neemt met deze groep één single op, I Could Feel The Whole World Turn Around, alvorens na een paar maanden alweer zijn biezen te pakken. Voordat Stewart in ’67 van Jeff Beck het eervolle aanbod krijgt in zijn band te komen zingen, neemt Stewart nog een aantal singles op en werkt hij (anoniem) als sessiezanger. Een van de mooiste nummers uit die periode is de single die hij opneemt met de Australische groep Python Lee Jackson, In A Broken Dream.

Wanneer hij in augustus ’69 The Jeff Beck Group verlaat, tekent hij een solocontract bij Mercury en nodigt Ron Wood (voorheen samen met Stewart bij Jeff Beck) hem uit om een keer een sessie bij te wonen van The Faces, de voortzetting van de succesvolle Londense modgroep The Small Faces (grootste hits: All Or Nothing, Itchycoo Park, Tin Soldier en Lazy Sunday) zonder vocalist Steve Marriott. Stewart is niet bijster enthousiast over de muziek van de band, maar vindt in Kenny Jones, Ian MacLagan, Ronnie Lane en Wood al snel een paar uitstekende drinkebroers. Hij besluit daarom alsnog de groep te komen versterken, terwijl zijn voorganger Marriott de nieuwe rockband Humble Pie opstart. En zo ontstaat de merkwaardige situatie waarin Stewart naast zijn solocarrière een actief groepslid is van The Faces. Zijn eerste solo-platen “AN OLD RAINCOAT WON’T EVER LET YOU DOWN” en “GASOLINE ALLEY” worden door de popkritiek juichend ontvangen. Stewart manifesteert zich als een gevoelig vertolker van veelal akoestische, folkachtige songs, al komen er ook uitstekende rocknummers op voor.

Hoewel Stewarts populariteit op dat moment in de Verenigde Staten groeiende is, breekt hij, noch The Faces echt commercieel door. “EVERY PICTURE TELLS A STORY” brengt daarin verandering; de van deze plaat getrokken single Maggie May/Reason To Believe wordt een grote hit. Het uitstekende “EVERY PICTURE TELLS A STORY” laat overigens minder ballads horen en meer rock. “NEVER A DULL MOMENT” trekt die lijn door en levert de single You Wear It Well op. Ondertussen hebben ook The Faces hits met Stay With Me, I Know I’m Losing You en Cindy Incidentally. “SMILER” volgt pas in ’74, verlaat door contractuele problemen bij Stewart’s overstap van platenmaatschappij Mercury naar Warner Bros. De plaat stelt teleur en toont aan dat hij in een creatieve impasse zit. Stewart is op de hoes van deze elpee gefotografeerd als een goed geklede superster en houdt zich ook buiten de muziek steeds meer in de showbusiness-kringen op, wat hem door zijn fans van het eerste uur nogal kwalijk wordt genomen. “ATLANTIC CROSSING” toont een herboren Stewart, zij het dat de sound van zijn muziek wat gladder en commerciëler is geworden.

Met het door Gavin Sutherland van Sutherland Brothers & Quiver geschreven Sailing heeft Stewart na vier jaar weer een hit van formaat. Zijn populariteit stijgt wederom tot grote hoogte, vooral als hij door zijn verbintenis met filmster Britt Eklund (die hij overal mee naar toe sleept) een ideaal object voor de roddelpers is geworden. Aan het eind van ’75 worden de al lang circulerende geruchten bewaarheid: Rod en The Faces gaan uit elkaar. Stewarts solocarrière verloopt dan inmiddels zeer voorspoedig. In ’76 komt “A NIGHT ON THE TOWN”, dat toch weer niet geheel bevredigend kan worden genoemd. Wel levert de plaat twee hitsingles op, Tonight’s The Night en The Killing Of Georgie.

In de herfst van ’76 verrast Stewart velen als hij in de Amsterdamse Jaap Edenhal een zeer opwindend concert verzorgt met zijn nieuwe begeleidingsgroep, waarin onder meer Carmine Appice (drums) en Jim Cregan (gitaar) spelen. De uitstekende indruk die hij in Nederland achterlaat, wordt het jaar daarop bevestigd met het zeer stevige rechttoe rechtaan-album “FOOTLOOSE AND FANCY FREE”. Intussen zijn Stewart en Eklund van elkaar gescheiden en heeft Rod The Mod weer beide handen vrij. In ’78 verschijnt “BLONDES HAVE MORE FUN” inclusief wereldhit Da Ya Think I’m Sexy?. Stewart is populairder dan ooit. In ’79 trouwt hij met de ex-vrouw van acteur George Hamilton, Alana Collins; een huwelijk dat ook niet lang stand houdt. Hoewel geen wereldplaten, “FOOLISH BEHAVIOUR” en “TONIGHT I’M YOURS” tellen met Passion, My Girl, Tonight I’m Yours en Young Turks weer voldoende hitsingles om het gemis aan nieuwe ideeën professioneel te maskeren. In ’82 verschijnt het ongeretoucheerde live-document “ABSOLUTELY LIVE”.

Tijdens de daarop volgende toer komt het teleurstellende “BODY WISHES” uit, een plaat vol met niemendalletjes. “CAMOUFLAGE” kent een uitstekende productie van Michael Omartian en enkele vlammende gastbijdragen van Jeff Beck, maar Rod verslikt zich danig in covers van All Right Now (Free) en Can We Still Be Friends (Todd Rundgren). Stewart revancheert zich in ’85 met een uiterst doorleefde vertolking van Curtis Mayfields People Get Ready op Becks Flash-album. Ook het door Bob Ezrin geproduceerde “EVERY BEAT OF MY HEART” stemt tevreden. De als vanouds op kant één verzamelde rockers stralen van ongedwongen spelplezier, terwijl de door ballads gedomineerde keerzijde het karakter van een stemmige mini-songcyclus draagt. Het titelnummer, dat qua sfeer en arrangement een beetje aan Sailing doet denken, brengt Stewart terug in de Top 10. “OUT OF ORDER”, waarop Stewart geruggesteund wordt door bassist Bernard Edwards, drummer Tony Thompson en gitarist Andy Taylor, continueert de opgaande lijn. De plaat bevat Rods hardste funk in in jaren en valt tevens op door een even gewaagde als integere vertolking van Otis Reddings Try A Little Tenderness. Rod’s duet met Ronald Isley, Crazy About Her, wordt een grote hit. Nadat Rod in ’90 voor de derde keer in het huwelijk treedt, ditmaal met het 21-jarige fotomodel Rachel Hunter, staan energie en spelplezier wederom centraal op “VAGABOND HEART”.

Tijdens de ondersteunende toer komt het bericht dat Steve Marriott op 20 april ’91 bij een brand tragisch om het leven is gekomen. Na de tournee kampt Rod Stewart geruime tijd met ernstige stemproblemen. Eenmaal hersteld is hij zeer productief. Achtereenvolgens verschijnen “LEAD VOCALIST” en “UNPLUGGED… AND SEATED”. “LEAD VOCALIST” bevat een reeks oude en nieuwe covers, met Tom Traubert’s Blues van Tom Waits als artistiek en commercieel hoogtepunt. “UNPLUGGED… AND SEATED” haakt vervolgens handig in op de, door MTV in gang gezette trend van (semi-)akoestische opnames in een ongedwongen sfeer en voor een klein publiek. Begeleid door ex-Faces maatje Ronnie Wood, presenteert een gedreven Rod Stewart op dynamische wijze vijftien klassiekers uit zijn indrukwekkende oeuvre.

Op Oudejaarsavond ’94 geeft hij op het strand van Copacabana een gratis concert voor naar schatting 3,5 miljoen bezoekers, goed voor een vermelding in het Guinness Book Of Records (het vorige record stond op naam van Paul McCartney, ook in Rio de Janeiro, met 3,3 miljoen mensen). Op “A SPANNER IN THE WORKS”, vakkundig medegeproduceerd door Trevor Horn, Bernard Edwards en gitarist Andy Taylor laat Rod gladde ballads en rockers horen. Tijdens de daaropvolgende tournee brengt hij, begeleid door 34 muzikanten, voornamelijk greatest hits in een niet geheel uitverkocht Ahoy’. De dubbel-CD “STORYTELLER” compileert liefdesliedjes: deels nummers uit zijn eigen oeuvre en deels klassieke zwijmelsongs van collega-zangers als Van Morrison en Leo Sayer. Ook Rod’s tribute voor Carole King Tapestry Revisited, en het All For Love duet met Bryan Adams en Sting (voor de film The Three Musketeers) staan hierdoor voor de eerste keer op een Rod Stewart-album.


 

Deel ....